Geïnfecteerde gewrichtsprothese/osteosynthese (Verdenking op); empirisch beleid rondom débridement met behoud van prothese (DAIR = Débridement, Antibiotics, Irrigation, Retention) en bij fractuur gerelateerde osteosynthese infecties (FRI).
Adviezen
Prioriteit | Medicatie | Opmerking |
---|---|---|
Medicatie: cefazoline iv 1g 6dd |
Opmerking:
Zie algemene opmerkingen voor aanpassen beleid. |
Antimicrobiële middelen
De volgende antimicrobiele middelen zijn verwerkt in deze adviezen:
Externe referenties
Categorie
Metadata
Swab vid: G-501235.3
Bijgewerkt: 03/13/2024 - 08:53
Status: Published
Algemene opmerkingen
Cefazoline wordt gegeven totdat het resultaat van kweken gerichte therapie mogelijk maakt (zie Geïnfecteerde gewrichtsprothese; debridement met behoud van prothese (DAIR = Débridement, Antibiotics, Irrigation, Retention)) of totdat de kweken definitief negatief blijkt.
Rifampicine wordt nooit empirisch gestart, maar pas op basis van kweken waarbij zin en gevoeligheid zijn aangetoond (ter voorkoming van bijwerkingen en ontwikkeling van resistentie bij gebruik als monotherapie).
Bij lage verdenking op geïnfecteerde gewrichtsprothese
Beleid bij verwijderen van een prothese met een lage verdenking op infectie, dus geen DAIR. Ook dan wordt cefazoline gestart en gaat men na 24 uur over op clindamycine per os tot de kweken definitief negatief zijn.