Richtlijn antibiotica switch therapie
Een vroege switch is patiëntvriendelijk, weinig bewerkelijk, goedkoop en effectief.Het is niet altijd nodig bij alle infecties intraveneuze therapie te geven. Er kan direct vanaf het begin van de behandeling oraal gestart worden met middelen als clindamycine, co-trimoxazol, ciprofloxacine, rifampicine, fluconazol, metronidazol en voriconazol.
Wanneer switchen naar oraal?
- De patiënt is hemodynamisch stabiel. De tekenen en verschijnselen van de infectie zijn aan het verminderen. Temperatuur, CRP en leukocyten-aantallen moeten een duidelijke tendens tot normaliseren vertonen.
- Met het orale regime moeten ter plekke van de infectie voldoende hoge concentraties van het antimicrobiële middel bereikt worden.
- De patiënt moet in staat zijn orale medicatie in te nemen of enteraal via de sonde te ontvangen. Tevens mogen er geen aanwijzingen zijn voor malabsorptie.
- Neem bij twijfel of ongewenste respons contact op met arts-microbioloog.
Indicaties die in aanmerking komen voor switch therapie:
Switch na 2-3 dagen:
• luchtweginfectie
• urineweginfectie
• huid- en weke delen infectie
• pyelonefritis
Switch na 14 dagen:
• geïnfecteerde heup / knie prothese
• osteomyelitis
• septische artritis
Voor vragen of opmerkingen:
Afdelingen JBZ: eigen consulent arts-microbioloog.
Afdelingen BH: 073-5532866
Omzettingstabel intraveneuze naar orale therapie
- Switch bij voorkeur op geleide van kweekuitslag
- Neem bij twijfel contact op met de arts-microbioloog
- In geval van nierfunctiestoornissen dient dosering soms te worden aangepast: zie antibioticumboekje
switch richtlijn tabel is hier te downloaden